Nieuws

5 oktober 2007 19:26 Leeftijd: 3 jaar

Nieuwsbrief nr. 72

 

Beste mensen,

Het gaat goed met de coalitie. Het onderlinge vertrouwen neemt toe, ofschoon het lijkt alsof de spanning als gevolg van de versoepeling van het ontslagrecht nog niet is weggenomen. Deze plannen, door Donner nog voor het reces gepresenteerd, roepen veel gemengde gevoelens op. De werkgevers vinden de plannen nog niet ver genoeg gaan, de werknemers vinden dat een duidelijke grens is overschreden.

Onderling komen ze er absoluut niet meer uit, dus is de bal nu bij de politiek gelegd. Deze moeten in de komende weken kijken of er een haalbaar compromis kan worden gevonden. Dat er dan enige druk wordt opgevoerd hoort bij het spel.

Daar komt bij dat de PvdA van mening is dat ze in de afgelopen maanden wel redelijk veel hebben moeten toegeven. Ze hebben ingestemd met het niet organiseren van een referendum over het Europese Hervormingsverdrag, ze hebben tijdens de algemeen politieke beschouwingen hun oprisping over de middeninkomens moeten inslikken; het zou wel wat veel voor ze zijn als ze dan nu ook nog eens de plannen over ontslagrecht moeten aanvaarden. Maar zoals zo vaak in de politiek kan ook een andere rijtje worden gemaakt. Zo worden de ingrepen in de begroting ten aanzien van de topinkomens vooral als een teken van goed gebaar in de richting van de PvdA gezien. Nu de versoepeling van het ontslagrecht in de ijskast plaatsen betekent twee maal een prijs betalen voor een en hetzelfde doel. Kortom: los van de inhoudelijke merites van het voorstel liggen er ook wel enige voetangels en klemmen op het politieke terrein. Dat maakt het niet makkelijker om er uit te komen, maar alle drie de coalitiepartijen zijn daarin helder: het voortbestaan van de coalitie staat voorop. Geen van drieen hebben belang bij een crisis, laat staan bij spoedige verkiezingen.

Onderwijs
Maar naast het sociaal-economische thema speelt in de komende periode vooral de discussie over de toekomst van het onderwijs. Recent is het rapport van de commissie Rinnooy Kan uitgekomen, die enkele belangrijke aanbevelingen heeft gedaan om het dreigend lerarentekort in te kunnen dammen. Zijn voorstellen kunnen in drie categorieën worden onderscheiden: salarisverbetering door sneller aan je top te kunnen komen en een andere functiewaardering, een versterking van het beroep door een register aan te leggen en de kwaliteitseisen te versterken en de invoering van een professionele organisatie in het onderwijs. De totale uitgaven die zijn gemoeid met een onverkorte uitvoering van deze plannen bedragen structureel 1,2 miljard euro.

Vrijwel iedereen ondersteunt de analyse van de commissie, maar velen hebben moeite met de concrete aanbevelingen. Omtrent de invoering van een professionele organisatie bestaat geen verschil van mening, maar de vraag is hoe daar in de praktijk mee wordt omgegaan. Nog steeds is in veel schoolorganisaties geen sprake van een jaarlijkse ronde van functioneringsgesprekken, met daaraan gekoppeld afspraken over scholing en loopbaanadviezen. Nog steeds is er geen sprake van onderlinge discussie over het lesgeven tussen de docenten, opdat ze elkaar versterken in hun vak. Veel docenten leven op een eenzaam eiland en moeten zelf maar kijken hoe ze lesgeven, het lesmateriaal aan hun wensen aanpassen en met leerlingen omgaan. Dat getuigt niet van een modern personeelsbeleid en een moderne professionele organisatie. Daar zal eerst iets aan gedaan moeten worden, voordat we tot een vlekkeloze uitvoering van de andere plannen kunnen komen.

Want het is wel erg gemakkelijk om te stellen dat met een salarisaanpassing de aantrekkelijkheid van het vak in een keer voldoende is om het lerarentekort op te vangen. En als we het dan hebben over de salarissen, moeten we ook na gaan denken over een dusdanige wijziging dat we over vier jaar of tien jaar ook nog tevreden over zijn. Rinnooy Kan stelt daarom voor dat de inschaling af moet hangen van de genoten opleiding. De doorstroming binnen de salarisschaal is afhankelijk van het functioneren. Met het laatste ben ik het wel eens: we moeten af van het automatisme dat een docent automatisch zijn periodiek krijgt. Maar ik bven het niet met zijn eerste voorstel eens, namelijk de inschaling alleen af laten hangen van de genoten opleiding. Ik ben er een groot voorstander van dat een docent een carierre in het onderwijs kan maken, zonder dat hij daarvoor naar een managementfunctie moet uitwijken. Maar om die carierre alleen maar te laten afhangen van de genoten opleiding is te mager. Waarom zou niet een functiewaarderingsgebouw ingericht kunnen worden, waarin iemand in een juniorfunctie binnenkomt, door kan groeien naar een mediordocent en een seniorfunctie? Die doorstroming vindt plaats op basis van opleiding, vaardigheden, bekwaamheden en zwaarte van de functie. Dan voorkomen we dat een docent in VWO-6 per definitie meer verdient dan een docent in VMBO-1, terwijl ik niet met droge ogen kan verdedigen dat deze laatste docent het gemakkelijker heeft dan de eerste.

Maar het kabinet is nu aan zet. Of beter gezegd: het overleg tussen de sociale partners en het ministerie moet nu eerst plaats vinden. daar zullen heldere conclusies getrokken en plannen opgesteld moeten worden. Deze plannen zullen wij in het najaar verder bespreken. Het AO daarover staat gepland op 21 november. Nog een eind weg, maar dat geeft de sociale partners tenminste de tijd en gelegenheid om hier uit te komen.

Europa
Ofschoon dit niet meer mijn woordvoerderschap is, laat het mij niet los. De onderhandelingen over het nieuwe hervormingsverdrag zijn op een goede manier afgerond. Er ligt een mooi resultaat, waarin op een voldoende wijze rekening is gehouden met de gevoelens van de Nederlandse bevolking. Duidelijke elementen die ook maar zouden kunnen wijzen op een grondwettelijk karakter zijn uit het Verdrag ter vaststelling van een Grondwet voor Europa gesloopt. Daarentegen is die Grondwet niet helemaal uitgekleed. Veel van de oorspronkelijke gedachten en ideeen zijn overeind gebleven. Natuurlijk zijn er elementen verdwenen, maar de kern is gebleven. Gelukkig maar.

Na de voorlopige totstandkoming van dit hervormingsverdrag – er moet nog een IGC komen om de zaak definitief af te ronden – kwam de vraag weer naar boven of er wel of niet een referendum zou moeten plaats vinden. cruciaal daarbij was de mening van de Raad van State. Dat advies is boeiend. In de eerste plaats omdat het aangeeft dat er zoveel grondwettelijke elementen het veld hebben moeten ruimen dat dit argument om voor een referendum te zijn was ontvallen. Boeiender is echter een tweede opmerking van de zijde van de Raad van State. Hij relativeert de waarde van het instrument van referendum om de bevolking meer bij Europa te betrekken. Een opvatting die het CDA steeds heeft laten horen. Op deze manier krijg je gedurende korte tijd veel aandacht voor Europa, vaak ook nog eenzijdige informatie, maar daarna ebt het weer snel weg. Erger nog, het kan als een boemerang bij je terug komen. Dat is ook gebleken.

Gelukkig heeft de PvdA deze opmerking ook gezien en om die reden in meerderheid besloten om tegen een referendum te zijn. nu maar kijken hoe het PvdA-congres daarover oordeelt.

Agenda

4 oktober         Amsterdam      debat over solidariteit, individualisering en globalisering

4 oktober         Den Haag        debat over Europa, georganiseerd door de EBN

6 oktober         Zwolle             CDA-bestuurdersvereniging

12 oktober       Ede                  Ontmoeting met Gelderse CDA-burgermeesters en wethouders

13 oktober       Rotterdam        CDA-familiedag

17 oktober       Harderwijk      De C van het CDA

21 oktober       Den Haag        CDA-gedachtegoed

22 oktober       Den Haag        CDA-gedachtegoed

25 oktober       Utrecht Christelijk- sociaal gedachtegoed voor CNV-bestuurders

1 november      Den Haag        symposium Europa 2025

2 november      Leeuwarden     Werkbezoek Christelijke Hogeschool Noord Nederland

Veel succes in de komende weken

Jan Jacob