[archief item]

7 februari 2008 11:01 Leeftijd: 3 jaar

canon voor geschiedenisonderwijs

Categorie: OCW

 

Informatie voor de leden

 

  1. In de afgelopen jaren is veel geklaagd over het gebrek aan kennis over de geschiedenis van Nederland. Daar werd dan steevast de vraag tegenover gesteld wat mensen dan zouden moeten weten van de Nederlandse geschiedenis. Om daar een einde aan te maken is een commissie in het leven geroepen onder leiding van Frits van Oostrom (voorzitter KNAW) die een canon heeft opgesteld van de Nederlandse geschiedenis. Deze canon is in het najaar van 2006 gepresenteerd: vijftig vensters, onderverdeeld in tien tijdvakken die een beeld van de vaderlandse geschiedenis geven.

  2. hierop kwam nogal wat kritiek. Sommige onderwerpen kregen te veel aandacht, andere te weinig. Er werden alternatieve canons opgezet, denk aan de natuurwetenschappelijke canon die in De Volkskrant verscheen, de christelijke canon onder leiding van G.J. Schutte en vele andere personen die kritiek op een individueel venster hadden of wezen op een ernstige tekortkoming. Dat leidde er toe dat twee vensters werden vervangen en verder niet. De commissie is van mening dat de canon iedere vijf jaar moet worden herzien.

  3. De canoncommissie heeft niet alleen de thema’s aangeduid, maar ook aangegeven op welke manier huidige instellingen, monumenten, musea of andere fysieke herinneringen dit venster nader kunnen worden gevisualiseerd. Daarnaast hebben cultuurinstellingen en musea aangegeven in te willen spelen op deze canon. Het kabinet ontwikkelt samen met het SLO lesmateriaal voor deze canon voor de bovenbouw van de basisscholen en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Vanaf het schooljaar 2009-2010 wordt deze canon verplicht opgenomen in de kerndoelen van het onderwijs.

Concept inbreng

 

  1. Het is de eerste keer na het verschijnen van de canon dat de Kamer spreekt over het uiteindelijke resultaat. Dat er iets moest komen was al eerder besproken in de Kamer, maar over het uiteindelijke resultaat is geen debat in de Kamer geweest. En het is goed dat dat nu eindelijk wel gebeurt.

  2. het is goed dat er een canon is gepresenteerd. Er is nu een overzicht gegeven van de, volgens deskundigen, belangrijkste feiten en ontwikkelingen die iemand moet kennen als hij de Nederlandse geschiedenis wil begrijpen. Ook geeft het mensen een handleiding om de huidige samenleving beter te begrijpen. Daarmee biedt het een antwoord op de veelgehoorde verzuchting dat velen de geschiedenis van Nederland onvoldoende beheersen en er ook geen duidelijkheid bestaat over wat nu van belang is om te kennen over de Nederlandse geschiedenis.
     
  3. deze canon heeft heel wat teweeg gebracht. De Volkskrant heeft een alternatieve canon opgesteld over de natuurwetenschappelijke invalshoek, die volgens hen onvoldoende tot uitdrukking was gekomen in de canon. In de media is veel gediscussieerd over dit onderwerp omdat sommige vensters overbodig werden beschouwd en andere juist ontbraken. Daarnaast zijn er ook initiatieven geweest op lokaal en regionaal niveau om ook een canon op te stellen. En zelfs in het blad van het VNG zie ik nu al wekelijks een canon over de gemeente verschijnen. Kortom: als het de bedoeling was om een discussie los te peuteren, dan is dat uitstekend gelukt.

  4. maar wat beogen we met een canon? Als iemand de Nederlandse canon beheerst heeft hij volgens de opstellers een goed beeld van de Nederlandse geschiedenis, zo goed dat hij daarmee ook de huidige Nederlandse samenleving beter begrijpt. In dat kader werd door de commissie en door de Onderwijsraad gewezen op het belang van de canon voor de inburgering in Nederland. Daarmee is het belang van de canon aangegeven: het is niet zo maar een lijstje, het heeft een stevige impact op de inhoud van de inburgeringscursussen. Ook zou het gevolgen hebben voor de inhoud van het nationaal historisch museum. En als we het aan de nieuwe Nederlanders willen meegeven, moeten de huidige Nederlanders het ook beheersen. Dus heeft het ook gevolgen voor het Nederlandse onderwijs.

  5. geschiedenis is een gevoelig onderwerp. Gevoelig in die zin, dat iedereen een eigen mening heeft over onderwerpen die hij kenmerkend vindt voor Nederland. Als we de discussie nog terug halen over de grootste Nederlander allertijden weten we dat de uitkomst daarvan niet iedereen bevredigde. En we weten dat bepaalde woorden, die een herkomst in de geschiedenis hebben, nog steeds gevoelig liggen, ook nu nog. Met geschiedenis raak je aan de identiteit van een persoon, een instelling of een land.  En daarmee is het een ander vak dan rekenen of taal.

  6. de CDA-fractie worstelt met dit onderwerp. En daarbij zijn er twee worstelingen: eentje over de inhoud en eentje over de opname in de kerndoelen. Ten aanzien van de eerste vraag: wat moet de kamer nu vinden van de inhoud? Moet de Kamer zich inhoudelijk wel bemoeien met de canon? Ik aarzel daarmee ofschoon ik vind dat er echt wel wat af te dingen op de canon. Maar aan de andere kant is de canon wel bepalend voor het beeld dat mensen krijgen van Nederland – kijk maar naar het effect dat het heeft op het onderwijs en de inburgeringsprogramma’s. En als we dan kijken naar de manier waarop de canon tot stand is gekomen, is het de vraag of dat zo toegankelijk voor iedereen is geweest. Als een commissie een eerste versie op het web gooit en iedereen uitnodigt om een reactie te geven, daarna alle reacties meeneemt en dan met een besluit komt, dat nauwelijks gemotiveerd wordt naar de individuele suggesties, dan rijst bij ons de vraag: hoe wordt nu de inhoud van een canon bepaald? Moeten we dan zonder discussie de inhoud van de canon zo aanvaarden of moeten we een aparte besluitvorming over de inhoud hebben?

  7. want u stelt voor om de canon op te nemen in de kerndoelen van het onderwijs en het daarmee verplicht te stellen voor scholen om de canon in het onderwijs terug te laten komen. Wat betekent het precies dat de canon in de kerndoelen wordt opgenomen? Past het wel in de huidige systematiek van de kerndoelen om de canon zo op te nemen in de kerndoelen? Waarom maken we voor het vak geschiedenis de uitzondering dat we via de canon zo en detail ingaan op de inhoud terwijl dat bij aardrijkskunde en biologie, natuurkunde en andere vakken niet doen?

  8. Hoe moeten scholen daar dan mee omgaan? U geeft in uw brief aan dat er geen urennorm op gelegd wordt ten aanzien van de canon, ook niet dat het allemaal bij geschiedenis aan bod moet komen, maar wel dat u een entreetoets aan de brugklassen aanbiedt om te kijken hoe ver de leerlingen zijn met hun kennis van de canon? Gaat daar dan geen verplichtend karakter vanuit?

  9. terecht wordt gesteld dat de canon een canon in ontwikkeling moet blijven. Periodiek moet deze worden herzien. Hoe wilt u dat handen en voeten geven? Op eenzelfde manier als nu het geval is of via een andere procedure? Moet de huidige commissie dat blijven doen of moeten juist ook anderen er bij betrokken worden? De commissie krijgt nu een subsidie uit de cultuurbegroting van 200.000 euro per jaar. Zou het niet verstandiger zijn om dit uit de onderwijsbegroting te halen, gezien de betekenis die het heeft voor het onderwijs en de inburgeringsprogramma’s?

  10. de canon is voor velen aanleiding geweest om activiteiten er om heen te organiseren. Dat is een positief neveneffect geweest van de opstelling van de canon. In het nationaal historisch museum zal veel aandacht aan de canon worden besteed. Maar daar moet het niet toe beperkt blijven. De dag van de canon is een goed initiatief, maar ook de andere culturele instellingen zouden gebruik kunnen maken van de canon voor hun activiteiten. Welke relatie wilt u leggen met initiatieven zoals het digitaal erfgoed?