[archief item]
Nieuwsbrief nr. 73
Het heeft een poos geduurd, maar hier is dan nieuwsbrief nummer 73. waarom heeft het zo lang geduurd? De belangrijkste reden is dat ik in de afgelopen maanden me heb bezig gehouden met drie zaken die veel tijd hebben opgeslokt. Het schrijven van enkele artikelen, waarvan de deadline al verstreken was of ernstig in de buurt kwam. Daar moest iets aan gedaan worden. Dat lukt nu aardig, ofschoon er nog wel enkele zaken liggen. In de tweede plaats vanwege de drukte in de kamer met enkele dossiers. Ik kom daar dadelijk nog op terug. Maar de belangrijkste reden was de bouw van een nieuwe website. Deze is in de afgelopen maanden ter hand genomen. Ik was niet meer gehele tevreden met mijn vorige site. Deze was niet adequaat meer en was hoognodig aan vernieuwing toe. Het is nu ook een site voor zowel het Kamerlidmaatschap als voor het hoogleraarschap. De vormgeving is fors gewijzigd, de inhoud is meer up-to-date en de structuur is ook aangepast aan de nieuwe tijden. Meer ruimte voor reactie van mensen op artikelen, een weblog in plaats van een column, mogelijkheden voor meer functionele vraagstukken, zoals gebruik voor studenten en dergelijke. Dat vergt nogal wat tijd. Er moesten nieuwe teksten worden geschreven, discussie over de vormgeving en ga zo maar door. Dat kostte tijd, en als die al spaarzaam gebruikt moest worden, dan komt de Nieuwsbrief in het gedrang. Dat is weer eens gebleken.
In de toekomst zal de frequentie van de nieuwsbrief maandelijks zijn. Iedere eerste week van de maand zal een Nieuwsbrief verschijnen, waarin ik probeer om enkele belangrijke vraagstukken aan te stippen op twee terreinen: onderwijs en Europa. Op andere terreinen zal ik mij ook niet onbetuigd laten, maar alleen als het echt gevoelige onderwerpen zijn. Voor de dagelijkse gang van zaken verwijs ik jullie naar de weblog, die globaal iedere Kamerdag zal verschijnen.
Onderwijs
In de afgelopen periode is veel gebeurd op het terrein van onderwijs. de commissie Dijsselbloem heeft zijn rapport gepresenteerd, de discussie over de 1040-uren is – voorlopig – afgerond, de discussie over de gratis schoolboeken loopt nog. En dan heb ik het nog niet over de doorlopende leerlijnen, de governance binnen het onderwijs, de geschiedeniscanon en ga zo maar door. Er speelt nu erg veel in onderwijsland.
Het belangrijkste is denk ik wel het rapport van de commissie Dijsselbloem. Het voert te ver om hier een samenvatting te geven van het rapport. Ook onze exacte mening over het rapport is nog niet definitief gereed. Daar willen we de komende week voor gebruiken om onze mening daarvoor klaar te hebben. Maar wel zijn er enkele zaken die niet onbenoemd kunnen blijven. In de eerste plaats valt op dat er een verschil bestaat tussen de aanbevelingen en conclusies en de uitlatingen van de commissievoorzitter. Deze ging op sommige terreinen verder dan de commissie vaststelt. Gewezen kan worden op zijn opmerkingen over de financiën voor onderwijs. Hij stelt dat er meer geld naar toe moet, terwijl in het rapport geen enkele conclusie daarop betrekking heeft. Ook stelt hij dat de commissie van mening is dat competentiegericht onderwijs niet ingevoerd moet worden. Ook dat is nergens terug te vinden in de conclusies. Deze discrepantie is opvallend. Een goede voorzitter blijft dicht bij het rapport en gaat niet verder in zijn uitlatingen.
Ten tweede lijkt het alsof iedereen zich wel kan vinden in het rapport. Maar bij enig doorvragen blijkt dat iedereen zich kan vinden in een deel van het rapport. Iedereen haalt er uit dat hem aanstaat en verwerpt wat hem niet bevalt. Dat is logisch en hoort bij politiek. Niks aan de hand. Maar toch hebben we het hier over een ander rapport dan een normaal rapport. Een rapport dat harde conclusies trekt over de rol van de overheid ten aanzien van haar kerntaak. Kan iedereen zich in die conclusie vinden? Dat lijkt mij toch sterk.
En daarmee komen we aan het derde opvallende punt. Het beeld in de media is dat het zeer slecht gesteld is met de kwaliteit van het onderwijs. Dat beeld vloeit niet rechtstreeks voort uit het rapport van de commissie. Toch blijft dat beeld hangen. Hoe kan dat verklaard worden? Hebben de journalisten allemaal een ander rapport gekregen dan de Kamerleden? Dat is niet het geval. Wel is het zo dat veel journalisten zich beperkt hebben tot de presentatie van de commissievoorzitter. Die stelde dat de overheid haar kerntaak, namelijk het verzorgen van goed kwalitatief onderwijs, ernstig had verwaarloosd. Die kwalificatie leidt tot de gedachte dat het slecht gesteld is met het onderwijs. Maar de commissie constateert tegelijkertijd dat het met de kwaliteit van het onderwijs, dankzij de mensen binnen de scholen, nog redelijk goed op orde is. Er is op sommige terrein een licht achteruitgang te bemerken, die de commissie zorgelijk stemt, maar het is niet slecht.
Wat zijn nu de gevolgen van een dergelijk beeld? Er zijn mensen die menen dat het goed is dat nu eindelijk eens duidelijk wordt hoe de overheid het onderwijsstelsel heeft verknald. Die geluiden zijn er, lees ik ook in de kranten en hoor ik op feestjes en bijeenkomsten. Maar tegelijkertijd hoor ik ook andere verhalen. Het is goed dat nu duidelijk is gemaakt dat er in de afgelopen jaren fouten zijn gemaakt. In de politiek, binnen scholen, binnen organisaties die mensen in het onderwijs vertegenwoordigen, maar die allemaal zich boos maken over het beeld van het onderwijs dat nu wordt weggezet. Ze zijn het er niet mee eens dat het slecht gesteld is met het onderwijs. er wordt nog steeds goed gepresteerd. Natuurlijk het kan beter. Sterker nog, het moet beter, maar het is niet slecht. We behoren nog steeds tot de subtop en in sommige gevallen tot de top. We moeten recht blijven doen aan de werkelijkheid en de inspanningen die geleverd worden binnen het onderwijs.
Opvallend is wel dat de commissie de diepere oorzaak niet benoemt. Want wat is er eigenlijk mis in het onderwijs? Als we alle discussies op ons in laten werken, moeten we constateren dat er een groot gebrek aan vertrouwen binnen het onderwijs bestaat. Ouders hebben geen vertrouwen meer in het onderwijs, omdat de lessen uitvallen. Docenten hebben geen vertrouwen meer in het management, omdat ze vinden dat die te ver bij hen vandaan staan, dan wel te veel zich bemoeien met de inhoud van het vak. De vervolgopleidingen klagen steen en been over hun toeleveranciers: het Vo over het PO, het MBO en HO over het VO. Iedereen schuift de schuld op de ander en niemand kijkt naar zichzelf. Niemand heeft vertrouwen in die ander. Dat is het echte probleem in het onderwijs. het is jammer dat de commissie die conclusie niet trekt. En ook niet aangeeft welke oplossingen gevonden zouden kunnen worden voor het wegwerken van dat gebrek aan vertrouwen. Een dergelijke benadering zullen we moeten realiseren in het debat van volgende week. Om die aangepaste visie tussen de oren van de commissie te krijgen zullen we nog hard aan het werk moeten.
Belangrijk is het om te melden dat de CDA-fractie van de Tweede Kamer aan het werk gaat met een nieuwe visie op onderwijs. Op 24 mei wordt een grote onderwijsdag gehouden in Utrecht. Iedereen die werkzaam is, betrokken is of geďnteresseerd is in onderwijs wordt van harte uitgenodigd voor deze dag in Utrecht. Staatssecretaris van Bijsterveld zal haar visie neerleggen, u kunt uw visie meegeven als bouwstenen voor een CDA-Onderwijsmanifest. Uw inbreng en aanwezigheid op die dag is niet alleen gewenst, maar vooral ook broodnodig. U kunt zich via dit emailadres aanmelden, maar ook via www…….
Europa
Binnen Europa breken interessante tijden aan. Er gebeurt veel: de ratificatie van het Verdrag van Lissabon, de gebrekkige implementatie van hervormingen in Roemenie en Bulgarije, de ontwikkelingen in Turkije, nieuwe werkgelegenheidsrichtsnoeren voor de jaren 2008-2010. Er is veel aan de hand. Aan de andere kant blijven de activiteiten achter. De richtsnoeren worden niet aangepast, omdat de Commissie graag herkozen wil worden en geen ruzie wil maken met de lidstaten. Dat baart zorgen, want als de Commissie nu al bezig is met zijn eigen herverkiezing, zo’n anderhalf jaar voor de nieuwe samenstelling van de Commissie in 2009, dan is er sprake van een vleugellamme commissie en verliezen we kostbare tijd.
Het nieuwe verdrag zal hopelijk nog voor de zomer worden geratificeerd door het Nederlandse parlement. Zoals het er nu naar uitziet zal dat niet tot grote brokken leiden. De Kamer zal in grote meerderheid voorstander zijn van het nieuwe verdrag, ofschoon het percentage tegenstemmen groter zal zijn dan in het verleden. Vermoedelijk zal het omstreeks een kwart van de Tweede Kamer zijn.
Wilders
Tot slot een korte beschouwing over Fitna. Over beter gezegd een beschouwing over het debat over Fitna. Het debat leidde tot een overgrote meerderheid die afstand nam van de film van Wilders. Dat op zich was wel verrassend, gezien de discussie die in sommige kringen woedde. Sommigen vonden achteraf gezien dat de regering te grote woorden had gebruikt in de aanloop naar de verschijning. Tijdens het debat werd eensgezind opgetreden tegen Wilders, zijn gedachten en zijn acties. Maar het leek alsof het allemaal geen vat op hem had. Wilders koos de aanval, was niet geďnteresseerd in een echt debat, maar koos er voor om steeds zijn eigen verhaal te blijven afdraaien. “Ik ben de enige die in de gaten heeft wat hier gaande is. Ik kom op voor de belangen van de Nederlanders en u verkwanselt de Nederlandse cultuur. En u kunt honderd keer beweren dat ik discrimineer, maar ik ontken dat ook honderd keer. Ik sta voor mijn mening en er is niemand die mij tot andere gedachten kan brengen. De regering heeft het allemaal alleen veel erger gemaakt door de megafoondiplomatie. Ik eis daarvoor excuses van de regering.” En daarmee leek het erop alsof Wilders dit debat ongeschonden zou doorstaan. Hij zou niet winnen, maar evenmin afgaan.
Totdat bleek dat Wilders zijn hand overspeeld had. Want hij had wel degelijk zijn film aangepast in vergelijking met zijn oorspronkelijke plannen. In plaats van dat toe te geven, stelde hij dat de regering loog. Ze hadden de aantekeningen vervalst. Hij kwam toen in het nauw. Hij maakte een aangeslagen indruk, maar zijn politieke instinct maakte dat hij hier weer winst uit wist te halen. Hij liet zien dat de hele Haagse kliek tegen hem was, dat hij de enige verwoorder was van de geluiden uit de samenleving. Daarmee slaagde hij er in om alsnog voor de buitenwereld winst te slaan uit dit voor hem op een fiasco uitlopend debat.
De verbazing sloeg helemaal toe, toen ook nog een serieuze minderheid in Nederland te kennen gaf de regering op dit terrein niet te vertrouwen en Wilders wel. De vraag die in de komende maanden onderzocht moet worden is: hoe komt het dat de overheid in zijn algemeenheid zo weinig vertrouwen geniet onder de bevolking? In deze moet niet gekeken worden naar de politieke acties en het politieke vertrouwen, maar naar de betrouwbaarheid van de overheid. Die breuk moet iedere burger zorgen baren. En iedereen moet daar aan werken om die betrouwbaarheid van en het vertrouwen in de overheid te herstellen.
Agenda
8 april Vught Politiek cafe over onderwijs
11 april Barneveld DA-gedachtegoed
14 april Den Haag het belang van ILO-normen voor Nederland
14 april Lelystad CDA-gedachtegoed
24 april Rotterdam Congres van de HBO-raad
13 mei Amsterdam Amsterdamse debatweek voor studenten
16 mei Wenen Solidarity in a globalising world
22 mei Den haag Invloed van Europa op de Nederlandse overheid
25 mei Leusden Scholing van kader van ACP
Jan Jacob van Dijk
